vrijdag 7 juni 2013

Cliëntenraad Leeuwarden: stop invoering beleid van wantrouwen en dwang


 Gepubliceerd op 07 juni 2013,
(tekst: brief Cliëntenraad aan college)

Aan het College van Burgemeester en Wethouders
Postbus 21000
8900 JA Leeuwarden

Betreft: advies invoering tegenprestatie naar vermogen + betreffende beleidsregels

Leeuwarden, 7 juni 2013

Geacht College,

De Cliëntenraad heeft uw voornemen besproken om gebruik te maken van de toegekende bevoegdheid tot
invoering van het instrument tegenprestatie naar vermogen voor degenen die gebruik maken van een WWBuitkering.
Ook de daarop van toepassing zijnde beleidsregels zijn besproken.
De gemeente is niet verplicht om dit instrument in te zetten.

Naar onze mening is hier sprake van een trendbreuk in de bejegening van mensen die door omstandigheden
aangewezen zijn op een uitkering.

De Cliëntenraad is fel gekant tegen dit voornemen o.g.v. de volgende principiële en praktische bezwaren:

 Het eisen van een tegenprestatie voor het ontvangen van een WWB-uitkering suggereert dat de
uitkeringsgerechtigde iets moet goedmaken t.o.v. de maatschappij, die hij op kosten jaagt.
De gemeente gaat hierin mee met een publieke opinie, die uitkeringstrekkers en andere kwetsbaren
als profiteurs wil neerzetten

Dit is de omgekeerde wereld! In werkelijkheid is het ons maatschappelijk bestel dat in gebreke blijft
en de werklozen dupeert. Dit bestel is niet bij machte om voldoende werkgelegenheid te bieden aan
iedereen die een inkomen nodig heeft. Mensen, die maar al te graag de eigen kost zouden willen
verdienen, staan gedwongen aan de kant. Het is terecht dat de maatschappij hen compenseert, zij
het in de vorm van een karige uitkering.

Het is ons inziens respectloos om voor genoemde compensatie een verplichte tegenprestatie te
vragen, waarbij onwilligen ook nog gestraft kunnen worden.

 De noodzaak van onderlinge solidariteit die door de overheid alom gepredikt wordt, schijnt niet te
gelden voor de overheid zelf. Het nieuwe principe ‘voor wat, hoort wat’ doet steeds meer opgeld.
(Is die tegenprestatie niet door velen in hun werkzame leven al via de belastingdienst geleverd?
De burger dient zelfredzaam te zijn, ook als de samenleving hem daartoe geen handvaten biedt.
Bovenop de pech van het werkloos zijn, moeten mensen nog gaan boeten (in de vorm van verplichte
tewerkstelling zonder beloning) voor de noodgedwongen gebruikmaking van gemeenschapsgelden.
De Cliëntenraad kan niet accepteren dat de afhankelijkheidspositie van mensen zodanig wordt
misbruikt dat hun recht op zelfbeschikking wordt aangetast en dat zij zo vernederd worden.
Als de overheid een solidaire samenleving wil bevorderen, dan dient zij allereerst zelf het goede
voorbeeld te geven.

 Werk behoort te ‘lonen’ en vrijwilligerswerk behoort een eigen keus te zijn.
Ook verplicht werk in het kader van een re-integratietraject levert, als het goed is, mensen iets op,
namelijk verbetering van de kansen op de arbeidsmarkt.
Maar als dit verplichte werk niet meer in relatie staat tot het re-integratiedoel, dan is het, ondanks
eisen van zorgvuldigheid en maatwerk, respectloze dwangarbeid.
Dwangarbeid maakt mensen tot slaven. Het zet hen niet in eigen kracht en helpt hen niet om
zelfredzaam te zijn. In tegendeel. Als anderen bepalen wat goed voor je is, verlies je je gevoel van
eigenwaarde. Of je pleegt verzet, maar dat komt je duur te staan!
De keus om via vrijwilligerswerk maatschappelijk te participeren behoort aan mensen zelf toe.
Alleen vanuit de eigen motivatie kan vrijwilligerswerk betekenis voor iemand krijgen.
In plaats van een dwangbenadering zou de gemeente uitkeringsgerechtigden moeten stimuleren om
maatschappelijk actief te zijn, onder andere door ervoor te zorgen dat het hen ook iets oplevert:
verbetering van kans op werk, arbeidsvreugde, persoonlijke groei. En door met een vergoeding of
premie waarde toe te kennen aan hun inzet. Dat is de manier om de eigen kracht te vergroten!

 Er ontstaat een kwalijke tweedeling in de maatschappij: mensen die werken voor loon met een
rechtspositie en een onderklasse van mensen die gedwongen moeten werken voor het sociaal
minimum zonder rechtspositie. Maatschappelijke onvrede ligt op de loer.

 Het is onvermijdelijk dat er concurrentie op de arbeidsmarkt ontstaat tussen echte werkgelegenheid
en het gratis maatschappelijk nuttig werk.
In de beleidsregels vinden wij een summiere beschrijving van het soort werkzaamheden dat voor de
tegenprestatie in aanmerking komt: ‘onbetaald werk met een maatschappelijk of liefdadig doel
zonder commerciële belangen’. Op geen enkele wijze wordt beschreven hoe de gemeente denkt te
bewaken dat het uitsluitend gaat om additioneel werk. Er worden geen voorwaarden benoemd
waaraan voldaan moet worden om verdringing van regulier werk op de arbeidsmarkt te voorkomen.
De deur staat dus wijd open voor oneigenlijk gebruik.
Het is overigens maar de vraag of überhaupt voorkomen kan worden dat er verdringing van
werkgelegenheid plaatsvindt.

Als het mogelijk wordt gemaakt dat werkzaamheden onbetaald worden verricht via tegenprestaties,
dan zullen overheid en andere organisaties ervoor kiezen voortaan niet meer hiervoor te betalen.
Bijvoorbeeld: Het tekort aan budget en menskracht in de thuiszorg wordt opgelost met verplichte
inzet van bijstandsgerechtigden. Het risico dat de professionals geleidelijk aan weggesaneerd
worden en hun werk mogen voortzetten als ‘vrijwilligers’ is niet denkbeeldig.
Het is gewoon veel te verleidelijk om gretig ge-/misbruik te maken van deze gratis arbeidskrachten.
De gemeente zelf zal ook zeker niet nalaten om op deze wijze loonkosten te besparen op allerlei
dure projecten, zoals culturele hoofdstad en duurzaamheid.
Verdringingseffecten zullen dus sowieso plaatsvinden.

 Verder wijzen wij u erop dat Kluwer Schulinck de gemeenten ontraadt om de tegenprestatie in te
voeren en hen voorhoudt dat dit bepaald niet zonder risico’s is. Gemeenten zullen zeker te maken
krijgen met rechtzaken over schending van internationale rechtsbepalingen en de algemene
beginselen van behoorlijk bestuur. Ook wordt mogelijk de schade die een bijstandsgerechtigde lijdt
of toebrengt aan anderen bij het uitvoeren van de tegenprestatie op de gemeente verhaald en er kan
loon gevorderd worden, o.a. bij terugvordering van bijstand. Dit kan al snel in de papieren lopen.

 Beseft de gemeente trouwens dat zij verantwoordelijkheid dient te nemen voor eventuele schade en
ongelukken, die tijdens de verplichte werkzaamheden gebeuren?
Wij lezen hierover niets in de beleidsregels.

 Ook over de mogelijkheid om in beroep te gaan tegen de opgelegde tegenprestatie vinden wij geen
woord. Wij vragen ons af of ook de mogelijkheid om voor zichzelf op te komen nog aan betrokkenen
wordt ontnomen.

Wat de Cliëntenraad betreft, is het een must dat de handelwijze van de gemeente in concrete
situaties getoetst kan worden!

Op grond van bovengenoemde argumenten adviseert de Cliëntenraad het College en de Raad dringend om:

 geen gebruik te maken van de gelegenheid om een batterij gratis arbeidskrachten te verwerven die
inzetbaar is voor allerlei doeleinden en de gemeente loonkosten bespaart.

 niet een beleid van wantrouwen en dwang te voeren, gebaseerd op een kleine groep werkonwilligen,
maar uitkeringsgerechtigden respectvol te behandelen: hen te stimuleren en motiveren tot het
maken van goede eigen keuzes.

 zich te realiseren wat de gevolgen van dit voornemen zijn voor het sociale klimaat

 zich te vergewissen van het gevaar van dit plan voor de verdringing van banen op de arbeidsmarkt
ten gunste van een wildgroei aan maatschappelijk nuttig werk.

 het voornemen om gebruik te maken van het instrument tegenprestatie naar vermogen te
heroverwegen.

Bovengenoemd standpunt wordt door één lid van de Cliëntenraad slechts ten dele gedragen.
Deze persoon vindt dat de verplichte tegenprestatie wel verantwoord is, maar zonder dwang en dreiging met
korting op de uitkering. De gevraagde inzet zou tevens in het belang van uitkeringsgerechtigde en in lijn met
diens motivatie en talenten moeten zijn. Daarnaast dient er een vergoeding of premie tegenover te staan.

Voor nadere uitleg kunt u contact opnemen met mw. M. A. van der laan.

Namens de cliëntenraad Werk en inkomen,
M. A. van der Laan

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen