woensdag 25 februari 2015

Hoorzitting over dwangarbeid

Hoorzitting over dwangarbeid in Amsterdam

Iets meer dan een half jaar geleden is een nieuw college van Burgemeester en Wethouders aangetreden. Arjen Vliegenthart werd wethouder werk en inkomen namens de SP. Wat is er op het gebied van het werken voor je uitkering oftewel dwangarbeid veranderd? Daarvoor willen we mensen die op dit moment werken met behoud van uitkering aan het woord laten. Dat gebeurt tijdens een hoorzitting op 20 maart.

Hoorzitting dwangarbeid

Met:
-      Gijsbert Vonk hoogleraar aan de Universiteit van Groningen
-      Michi Almer, psycholoog die een onderzoek heeft verricht naar de psychologische gevolgen van de trajecten van Herstelling Werk en Uitvoering
-      Arjen Vliegenthart wethouder Werk en Inkomen
Dagvoorzitter is Frank van Schaick.

20 maart. Potgieterschool, Potgieterstraat 34/hoek Da Costakade.   1053 XX Amsterdam
Aanvang 19.30 uur. 19.00 uur inloop

Voor meer informatie:
Comite Dwangarbeidnee
http://dwangarbeidnee.blogspot.nl/
info@dwangarbeidnee.nl
020-6898806

dinsdag 17 februari 2015

Verplicht traject voor bijstandsgerechtigden schadelijk voor de geestelijke gezondheid

Persbericht

Amsterdam 17 februari 2015 – Psychologisch onderzoek onder deelnemers van een van de trajecten van Herstelling Werk en Uitvoering aan de Laarderhoogtweg te Amsterdam laat zien dat dit traject een gevaar vormt voor de psychische gezondheid. De deelnemers krijgen last van angsten, piekeren veel en slapen slecht. Zij voelen zich gevangen in een situatie van onzekerheid, zinloosheid, willekeur en machteloosheid. Dit ondermijnt hun zelfvertrouwen en stimuleert depressieve neigingen.

In de discussie over zin en onzin van trajecten die bedoeld zijn om bijstandsgerechtigden aan een betaalde baan te helpen gaat het vooral over het geringe effect van deze trajecten en de hoge kosten die ermee gepaard gaan. Het perspectief van de mensen die als deelnemers van deze trajecten dienen te re-integreren ontbreekt in de discussie.

Michi Almer, psychologe, brengt in haar onderzoek Je zit in de leegte hun ervaringen in beeld. Hoe ervaren zij de verplichte deelname en welk effect heeft dit op hun psychische gezondheid? De meesten zien de plaatsing in dit traject, dat bedoeld is voor mensen die vanwege onvoldoende opleiding en gebrek aan werkervaring een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben, als straf of vernedering. Sommigen vrezen dat hun deelname aan dit traject, vanwege het stigma ‘een moeilijk geval’ te zijn, hun kansen op de arbeidsmarkt verkleint.
De combinatie van taken die als zinloos worden ervaren, de onzekerheid over wat eigenlijk de bedoeling van het traject is, de permanente dreiging van sancties – korting van de toch al ontoereikende uitkering – zorgt voor angsten en stress bij de deelnemers. Zowel het zelfvertrouwen als het vertrouwen in de samenleving en in mogelijke toekomstige werkgevers wordt aangetast.
“Wij worden gezien als de niet-willers. Je wordt voortdurend naar beneden gedrukt, je hoort bij de kneuzen van de maatschappij, zo moet je jezelf zien. En als je zelf initiatief neemt, dan is het ook niet goed.” zegt een van de deelnemers.

Het rapport Je zit in de leegte in pdf en het rapport in word.

maandag 16 februari 2015

De schone schijn van de Leerstages van Vliegenthart

De schone schijn van de Leerstages van Vliegenthart.


Wethouder SP Vliegenthart moest zijn vorige plan over de Perspectiefbanen intrekken.
Hier heeft hij niet veel van geleerd. Toen raadslid Maureen van der Pligt ( van zijn eigen partij) de plannen zag, is zij opgestapt omdat ze zich hier niet mee kan verenigen.
Begrijpelijk.
Alleen de hoogte van de 'premie' na afloop van het onbetaalde traject bij de reguliere (lees commerciële)  werkgever is verhoogd. Overigens blijft deze beloning nog steeds achter bij de bestaande 'vrijwilligersvergoeding'.


1. De leerstage is niet vrijwillig
2. tijdens de leerstage heeft de bijstandsgerechtigde geen werknemersrechten.
3. De bijstandsgerechtigde mag meepraten over zijn eigen leertraject, maar mag niet weigeren, er is geen bezwaar en beroepsprocedure
4. De leerstage leidt niet op tot een erkend diploma
5. De leerstage mag 6 maanden duren en met 6 maanden verlengd worden. Er wordt nergens een relatie gelegd met de  inhoud van de 'opleiding'
6.  De leerstage kan plaatsvinden bij een commerciële werkgever
7. De leerstage gaat in eerste instantie over het aanleren van 'werknemersvaardigheden', pas daarnaast over 'vakvaardigheden'
8.  De leerstage kan nog steeds verplicht gesteld worden voor mensen die jarenlang  hebben gewerkt.
9. aantal uren van de leer-werkovereenkomst is niet gemaximeerd op 32 uur
10. productieve arbeid binnen de leerstage wordt niet als zodanig betaald.
            a. productieve arbeid niet als zodanig beloond
            b. er worden voorwaarden gesteld aan het uitbetalen van de premie en              onkostenvergoeding
          c. De premie van €500 (en zelfs met daarbovenop de onkostenvergoeding van          €40) is lager dan de toegelaten vrijwilligersvergoeding:
11. Werkgevers hoeven geen baangarantie te geven
12. Er zijn geen eisen om verdringing van normaal betaalde banen te voorkomen

- wat er wel is, dat zijn gratis arbeidskrachten voor werkgevers

puntsgewijs commentaar:

1. De leerstages zijn niet vrijwillig.
Dat staat heel duidelijk onder beslispunt 2 ( pag 5., onderdeel f) . De betrokkene mag zijn inbreng hebben maar:

'Wel is de werkzoekende verplicht om mee te werken aan de
leerstage die hem of haar uiteindelijk door het college wordt aangeboden.'

Dit volgt uit de Participatiewet (artikel 9, eerste lid, onder b) en de Reintegratieverordening
Participatiewet (artikel 1.6, derde lid).
'Indien van toepassing motiveert het college waarom geen uitvoering wordt gegeven aan een door de
belanghebbende zelf voorgestelde plek voor een leerstage.'
    
     In de reintegratieverordening staat het volgende:  In lid 1.6. punt 5:

        5. Een persoon uit de doelgroep dient bij zijn aanspraak op ondersteuning bij arbeidsre-       integratie:
      - mee te werken aan een onderzoek naar zijn mogelijkheden tot arbeidsinschakeling;
      - inlichtingen te verstrekken die van belang zijn voor de beoordeling van de aanspraak op    ondersteuning;
      -  naar vermogen mee te werken aan een aangeboden voorziening en aan het realiseren van het doel           van de voorziening.

2.  Tijdens de leerstage heeft de werknemer geen werknemersrechten
Het is en blijft een half jaar werken voor je uitkering. Dat betekent dat je nog steeds leeft onder dreiging van een korting op je uitkering. Je valt niet onder een cao, je hebt geen werknemersrechten, geen pensioenopbouw en geen opbouw van WW.  

3. Wel meepraten over leerdoelen, maar geen invloed op inhoud en geen recht op weigering

Er is geen invloed van de betrokkene op aard van de leerstage, slechts op de plaats waar die vervuld kan worden. ( Dus bij de Albert Heijn of de Jumbo, of de Wibra? )

wel worden de 'leerdoelen in overleg'vastgesteld. Maar als ze het niet eens worden, is er geen beroepsmogelijkheid voor betrokkene.

      Geen bezwaar/beroepsmogelijkheid

Onder beslispunt 2, onderdeel f. staat heel duidelijk dat het college beslist.

'Indien van toepassing
motiveert het college waarom geen uitvoering wordt gegeven aan een door de
      belanghebbende zelf voorgestelde plek voor een leerstage.'

      Er staat nergens dat er een bezwaar/beroepsmogelijkheid ingesteld kan worden.

Het besluit wordt genomen 'na' inbreng niet 'in overleg'

     In de re-integratieverordening staat in artikel 1.6 lid 2:
     'Het college stelt na samenspraak met de persoon uit de doelgroep vast welke           voorziening het meest geschikt is om het beoogde doel te behalen.'


4. De leer-werkstage leidt niet op tot een erkend diploma

Onder beslispunt II ., punt 1 staat het volgende:
'Waar mogelijk vormt het behalen van een of meer certificaten onderdeel van de leerstage.' en:
'Een onderdeel van deze overeenkomst is dat de deelnemer op verzoek na afloop van de leerstage een getuigschrift ontvangt.'
    
     Centraal staat in de leerstages het ontwikkelen van 'werknemersvaardigheden' en      daarnaast pas de 'vakvaardigheden'
    
     Onder beslispunt II. 1 staat:
Kern van de leerstage is dat vaardigheden worden ontwikkeld die nodig zijn om
aan het werk te komen bij een werkgever. Centraal staat hierbij de
gedragscomponent – werknemersvaardigheden – en daarnaast ook het aanleren
van vakvaardigheden.

     Dus dan krijg je een certificaat: 'ik kan op tijd komen', 'ik kan met twee woorden      spreken' ? En een eindgetuigschrift: 'ik ben een brave werknemer geweest?

NB!- In een toelichtende brief aan de leden van de commissie worden een aantal 1-daagse cursussen genoemd ( Horeca: HACCP, bouw VCA, heftrucchaufeur, lassen en computercertificaten) die niet veel toevoegen aan de arbeidsmarktpositie.
In ditzelfde stuk wordt genoemd dat de leer-stage een voorschakeltraject zou kunnen zijn voor een BBL-traject.

Het zou beter zijn de leerstage te vervangen door een BBL traject.


5. De leerstage mag 6 maanden duren en met 6 maanden verlengd worden. Er wordt nergens een relatie gelegd met de  inhoud van de 'opleiding'
         
In dit stuk staat het niet, maar de leerstages mogen tot een jaar duren:

In de re-integratieverordening staat in artikel 2.1.:
      d. leerstage bij een werkgever of andere organisatie voor een aaneengesloten periode van           maximaal zes maanden, met de mogelijkheid deze periode tot maximaal twaalf maanden te          verlengen;
      e. leertraject in een praktijkomgeving, gericht op het aanleren en toepassen van werknemers-       en       beroepsvaardigheden, voor een aaneengesloten periode van maximaal zes maanden, met           de        mogelijkheid deze periode tot maximaal twaalf maanden te verlengen;


Er wordt alleen onder II 1.a gezegd dat:

'Een leerstage kan worden aangeboden aan werkzoekenden voor wie het
nodig is dat zij hun werknemers- en beroepsvaardigheden ontwikkelen
voordat zij in dienst kunnen komen bij een werkgever; onderdeel van het
aanbod van een leerstage zijn:
beschrijving van te behalen leerdoelen en certificaten met
betrekking tot beroepsvaardigheden; de deelnemer stelt de
leerdoelen op in overleg met de klantmanager;'

Alleen bij een proefplaatsing  wordt een maximale termijn van 2 maanden aangegeven

'Een proefplaats bij een werkgever kan worden aangeboden aan
werkzoekenden onder de volgende voorwaarden:
a. de proefplaatsing (voor maximaal twee maanden) is nodig om te
bepalen of de betrokkene geschikt is voor de functie en/of voor het
vaststellen van diens loonwaarde in een functie;'

     
6.  de leerstage kan plaatsvinden bij een commerciële werkgever

Onder beslispunt II:
'Een leerstage kan zowel bij een reguliere werkgever als in een voor dit doel ingerichte oefenomgeving plaatsvinden.'

Dus bij reguliere werkgever of op de Laarderhoogtweg of één van de (Pantar)vestigingen in de wijken.

Dat betekent dat de werkgever gewoon een gratis arbeidskracht heeft.

7. De leerstage gaat in eerste instantie over het aanleren van 'werknemersvaardigheden', pas daarnaast over 'vakvaardigheden'
(onder beslispunt II, punt 1:)

'Kern van de leerstage is dat vaardigheden worden ontwikkeld die nodig zijn om
aan het werk te komen bij een werkgever. Centraal staat hierbij de
gedragscomponent – werknemersvaardigheden – en daarnaast ook het aanleren
van vakvaardigheden.'


8.  De leerstage kan nog steeds verplicht gesteld worden voor mensen die jarenlang  hebben gewerkt, maar nu niet meer worden aangenomen omdat ze wat ouder zijn.
(onder beslispunt II, punt 1:)

'Kern van de leerstage is dat vaardigheden worden ontwikkeld die nodig zijn om
aan het werk te komen bij een werkgever. Centraal staat hierbij de
gedragscomponent – werknemersvaardigheden – en daarnaast ook het aanleren
van vakvaardigheden. Het aanbod van een leerstage zal dus niet worden gedaan
aan iemand die op korte termijn bemiddelbaar is naar werk.'



9. aantal uren van de leer-werkovereenkomst is niet gemaximeerd op 32 uur
Er staat nergens dat de leerstage maximaal 32 uur per week is, dus full-time moeten leerwerken is gewoon mogelijk. Als het toch full-time is, dan wordt je zes maanden lang bijna driehonderd euro per maand onder het wettelijk minimumloon tewerkgesteld... zelfs met premie.

De wethouder heeft het alleen over een 32 urige werkweek, dan kom je achteraf ongeveer uit ( op voorwaarde dat je heel braaf bent) met alle premies en toeslagen rond het minimumloon.

Maar: als er toch full-time wordt gewerkt dan:  
bijstandsuitkering € 912,79 per maand, plus 1/6 van de premie ( als die al uitgekeerd wordt) €83,33 plus 40€ onkostenvergoeding (als je voldoende meewerkt)  = € 1084,16  per maand. 
Minimumloon is € 1303,99 per maand.

Dat betekent dat de 'stagaire' per maand € 288,46 onder het minimumloon wordt betaald.
( Op voorwaarde dan wel , dat de € 500 premie na 6 maanden wel wordt betaald, hetgeen niet zeker is) Wordt die premie uiteindelijk niet betaald, dan is de bijstandsgerechtigde tewerkgesteld voor € 376,70 onder het minimumloon.


10. productieve arbeid binnen de leerstage wordt niet als zodanig betaald.

a. productieve arbeid niet als zodanig beloond:
  art 5.1 uit de nadere regels:
1. Het college kan aan een uitkeringsgerechtigde of jongere, behorend tot de doelgroep, die zijn
of haar werknemers- en beroepsvaardigheden nog moet ontwikkelen om met een beperkte
begeleiding productief te kunnen zijn bij een werkgever, een leerstage aanbieden, zo mogelijk
bij een werkgever, waarbij de inzet van de deelnemer in het productieproces ondersteunend
is aan het ontwikkelen van werknemers- en beroepsvaardigheden.

b. er worden voorwaarden gesteld aan het uitbetalen van de premie en onkostenvergoeding:

'Om de inzet tijdens een leerstage te belonen,
wordt voorgesteld een premie van € 500 te verschaffen aan een deelnemer van 27
jaar of ouder die zich in het kader van de leerstage voldoende heeft ingespannen om
de vastgestelde leerdoelen te behalen.' ( onder: kopje bestuurlijke achtergrond halverwege pagina 4)

Ook de onkosten die de bijstandsgerechtigde maakt zijn niet leidend, maar de meegaandheid van betrokkene….

artikel 22 Nadere regels bij de Re-integrtieverordening
'Het college kan aan een persoon behorend tot de doelgroep die voldoende meewerkt aan de aan
hem aangeboden voorzieningen, een onkostenvergoeding verstrekken ten bedrage van € 40 per
maand.

Concrete criteria worden hierbij niet genoemd.

Als er daarna een betaalde baan van minimaal een half jaar wordt gevonden, wordt er daarna nogmaals € 250 uitgekeerd. ( artikel II.1.e)
'- van € 250 voor een uitkeringsgerechtigde van 27 jaar of ouder die
aansluitend op een leerstage is uitgestroomd naar werk en daarmee
ten minste zes maanden volledig uitkeringsonafhankelijk is
gebleven;

Hier wordt weer eens heel duidelijk de verantwoordelijkheid voor de werkloosheid bij de bijstandsgerechtigde neergelegd..


c. De premie van €500 plus onkostenvergoeding van €40 per maand is lager dan de toegelaten vrijwilligersvergoeding:

'Indien u een bijstandsuitkering krijgt van uw gemeente, mag u wel vrijwilligerswerk uitvoeren, maar mag er aan u maximaal € 95 per maand en € 764 per jaar vergoed worden. Indien u onder deze maximumbedragen blijft wordt u niet gekort op uw uitkering. Daarnaast kan uw gemeente u verplichten om vrijwilligerswerk uit te voeren in het kader van re-integratie. Dan mag uw vergoeding wel maximaal € 150 per maand en € 1.500 zijn (bron : info nu)


11. Werkgevers hoeven geen baangarantie te geven
Alleen bij de proefplaatsingen wordt gezegd dat de werkgever de bedoeling moet hebben een wajonger of bijstandsgerechtigde in dienst te nemen.

art II.2.b.b. de werkgever heeft de bedoeling om de betrokkene na de proefplaats
een dienstverband aan te bieden van minimaal 6 maanden
en minimaal voor dezelfde arbeidsduur als de proefplaatsing;

art. 5.1.7 uit de nadere regels:

' Indien de leerstage niet direct leidt tot een dienstverband zoals bedoeld in het vorige lid, biedt
het college zo nodig een andere voorziening aan.'

Dit kan zo maar weer een proefplaatsing / leerstage bij een andere werkgever zijn .

12. Er zijn geen eisen om verdringing van normaal betaalde banen te voorkomen

Sterker nog, er wordt geen woord aan gewijd.

Amsterdam, 15 februari 2015

Dejo Overdijk


maandag 9 februari 2015

Reactie op het opgeven van de raadszetel door SP raadslid Maureen van der Pligt

Persbericht Bijstandsbond. Reactie op het opgeven van de raadszetel door SP raadslid Maureen van der Pligt

09-02-2015

De Bijstandsbond heeft kennis genomen van het besluit van SP-raadslid Maureen van der Pligt uit de raad te stappen. Het werken zonder loon oftewel dwangarbeid voor bijstandsgerechtigden is voor haar een breekpunt. Jarenlang hebben wij samen met Maureen actie gevoerd deze maatregel van tafel te krijgen. Wij hoopten dat met de SP in het nieuwe college het werken zonder loon zou worden afgeschaft. Met de invoering van vage 'leer-werk stages' op basis van een nieuwe reintegratieverordening kreeg het beestje een andere naam, maar de maatregelen bleven hetzelfde. Dit ervaren wij ook op ons spreekuur. Vrijdag nog kregen wij een melding binnen van iemand die zich vernederd voelt en niets meer waard omdat ze zonder perspectief WC's moet schoonmaken en papier prikken. (Ze heeft een MBO opleiding). Ook de sluiting van het gehate Praktijkcentrum aan de Laarderhoogtweg wordt op de lange baan geschoven. Wij geloven ook niet meer, dat alles anders wordt. Onze toenemende onvrede hebben wij in twee artikelen onder woorden gebracht.

http://bijstandsbond.blogspot.nl/2015/01/de-sp-op-neoliberale-wegen-in-de.html

http://bijstandsbond.blogspot.nl/2015/01/de-socialistische-partij-is-van-alle.html

Wij zijn bijzonder teleurgesteld in de koers van het huidige college en van de SP in het bijzonder. Wij hopen samen met Maureen en oppositionele geluiden in de SP tegen de huidige koers samen verder te strijden voor de afschaffing van de dwangarbeid. In Amsterdam, maar ook in de rest van Nederland!. Wij wensen Maureen veel sterkte in het verwerken van haar besluit.

Bijstandsbond Amsterdam

donderdag 5 februari 2015

Trekarbeiders en loonslaven in West-Europa


Dit stukje gaat over de unieke samenwerking bij het verzet in Noordwest Duitsland tegen de systematische uitbuiting van trekarbeiders in de vleesindustrie.
In het weekend van 31 januari/1 februari 2015 was er een coördinatievergadering van het Europese netwerk ‘Euromarsen tegen armoede, werkloosheid en sociale uitsluiting'. Tijdens deze vergadering werd verslag gedaan van een uniek samenwerkingsproject in Noordwest Duitsland om de arbeidsvoorwaarden en omstandigheden van de uitgebuite contractarbeiders in de vleesindustrie te verbeteren. De werklozenorganisatie ALSO in Oldenburg speelt daarbij een belangrijke rol. Ook Nederlandse bedrijven maken zich schuldig aan uitbuitingspraktijken in Duitsland.
Contractarbeiders
Er werken ongeveer 40.000 contractarbeiders in de Duitse vleesindustrie die vooral afkomstig zijn uit Bulgarije en Roemenië en die in deze sector 80% van het slachtwerk doen. In Neder Saksen en Nordrhein-Westfalen hebben worstfabrieken en abattoirs grote delen van het productieproces uitbesteed aan onderaannemers. 'Zo ontstond een miljardenmarkt met maffia-achtige structuren, loondumping en moderne slavernij' zegt de Olde burger secretaris van de strijdbare vakbond voor de voeding, Matthias Brümmer in Die Zeit (1).
De arbeiders verdienen effectief ongeveer 4 tot 5 euro per uur. Maar zij worden tegen hoge huren ondergebracht in omgebouwde stallen en commercieel geëxploiteerde gebouwen, slapen met meerdere personen op een kamer en slapen afwisselend, afhankelijk van de ploegendienst, in hetzelfde bed. Er wordt veel overwerk verricht, ze werken soms 14 tot 15 uur per etmaal, maar dat overwerk wordt niet als zodanig uitbetaald. Pauzes worden niet aangehouden. In de fabriek hebben de arbeiders gekleurde jasjes aan. Iedere nationaliteit heeft zijn eigen kleur. Op die manier kunnen de voormannen de Polen, Roemenen en Bulgaren uit elkaar houden. Velen hebben helemaal geen kamer en zoeken een slaapplaats in het bos. De bevolking in Neder Saksen noemt hen de ‘bosmensen’. ‘We hebben hier met een schaduw wereld van doen, waarbij de meeste mensen wegkijken. Een leger van geesten hebben wij geschapen'. (Eine Geistesarmee haben wir geschaffen). zegt een priester uit Vechta, Peter Kosen in Die Zeit.
Interne kolonisering
De bovengeschetste toestanden maken deel uit van wat je de interne kolonisering van de Europese Unie zou kunnen noemen. De Bulgaarse arbeiders in West-Europa bijvoorbeeld zitten volledig klem. In het eigen land is de economie ingestort. In bijvoorbeeld de bouwsector en de agrarische sector op het platteland zijn nog maar weinig activiteiten. Bulgarije was eens een grote graanproducent, maar daar is niets meer van over. In het land heerst een grote corruptie, en de lonen zijn zeer laag. De arbeiders in de agrarische sector en de bouw zijn gedwongen naar West Europa te gaan, waar zij worden uitgebuit. Vervolgens moet Bulgarije het voedsel dat in West Europa geproduceerd wordt tegen hoge prijzen invoeren, omdat in eigen land niets meer is. De voedselprijzen in Bulgarije liggen hoger dan in West Europa.
Verzet
Op de coördinatie vergadering van de Euromarsen vertelde Willi Lüpcke, vertegenwoordiger van de werklozenorganisatie ALSO uit Oldenburg, over verzet tegen de misstanden in de vleesindustrie (2).
De werklozenorganisatie in Oldenburg is er voor alle mensen met en minimuminkomen. Aanvankelijk kwamen vooral werklozen op de spreekuren die zij iedere week organiseren, maar de laatste jaren komen er steeds meer mensen die wel werk hebben, maar zeer weinig verdienen en onder zeer slechte omstandigheden arbeid verrichten. Met name werden zij geconfronteerd met de bovengenoemde trekarbeiders uit Roemenië en Bulgarije. Na enige tijd kregen zij door een toeval contact met een kritische boerenorganisatie die streed tegen de grootschalige agrarische fabrieken, in het bijzonder de melkboeren moeten hun melk verkopen voor een zeer lage prijs. De organisatie heet Aktionsgemeinschaft Bauerliche Landwirtschaft. Deze kritische boeren moeten niets hebben van de officiële boerenorganisaties, die volgens hen alleen maar de belangen vertegenwoordigen van de agrarische grootindustrie.
Vier jaar geleden ontstond het eerste contact met de werklozenorganisatie ALSO. Gevolg was dat de werklozen meededen aan acties van de melkboeren. De eisen tijdens de acties waren: een faire prijs voor de melk, faire voorwaarden voor het verkrijgen van een bijstandsuitkering (faire Regelsatz für Harz IV Empfänger) en in de supermarkten faire lonen voor de arbeiders en betere werkomstandigheden. Tijdens deze acties ontstonden ook contacten met de vakbond voor de voeding. (Gewerkschaft Nahrung Genuss-Gaststätten.) De vakbond voor de voedingsmiddelen, de werklozen en de boeren gingen samen actie voeren.
organiseren
Men besloot, te proberen de contractarbeiders in de vleesindustrie te organiseren en activiteiten voor hen te ontplooien om de omstandigheden te verbeteren. De voedingsbond verstrekte informatie over de werkomstandigheden in de abattoirs. Miserabele arbeidsomstandigheden, hierboven uitgelegd, waren er overal. Er is desondanks een lage organisatiegraad in de vakbonden. Na het informatie verzamelen was een volgende stap om de schandalen publiek te maken. Er werken weinig vakbondsleden, dus ze moesten iets opbouwen. Daarom richtte men zich als volgende stap op enkele bedrijven. Er zijn vier grote concerns in de slachterijen en in de hoenderindustrie, twee daarvan zijn het Deense Dennis Crown en de Nederlandse firma VION NV (3). Dennis Crown heeft ontdekt dat Duitsland in feite ook een lage lonen land is en die zijn toen naar Noordwest Duitsland verhuisd. De Nederlandse firma Vion NV behaalt grote winsten omdat de migranten daar als ZZP-ers via een werkverdrag te werk worden gesteld en dit bedrijf betaalt nog lagere lonen dan de contractarbeiders in andere bedrijven hebben. Vervolgens ontstond een breed samenwerkingsverband, waar de plaatselijke katholieke kerk ook deel van uitmaakt, en werden bijeenkomsten gehouden voor een abattoir van de Nederlandse slachtfabriek. Aan de bijeenkomsten namen 150 tot 200 mensen deel. De pers heeft uitvoerig over de acties bericht. De discussie kwam op gang. Dit werd nog versterkt door het feit, dat twee contractarbeiders in hun woonhuis verbrand zijn. Dit leverde veel publiciteit op over de misstanden. Het samenwerkingsverband eiste toen, dat de Roemenen en Bulgaren goed geïnformeerd zouden worden over hun rechten. Er werd een pamflet verspreid.
contact
Eerste contacten kwamen tot stand. Het was moeilijk contact te maken, de uitzendbureaus en koppelbazen regelen het dagelijks leven van de contractarbeiders, die onder controle heen en weer reizen tussen hun werk en hun kamer. Ze hebben geen contact met de bevolking, en gaan eenmaal per week onder begeleiding naar de supermarkt. Een volgende stap was dat men een mobiel spreekuur-bureau inrichtte. Een combiwagen die als bureau was ingericht is voor de fabriek gereden en er werden adviezen gegeven aan de arbeiders. Bij de spreekuurmedewerkers waren twee vrouwen, een vrouw uit Roemenië en een vrouw uit Bulgarije. Op de achtergrond gingen de vaste spreekuren op kantoor ook gewoon door, waar ook vrouwen uit Oost Europa werkten. Een priester noemde het beestje bij zijn naam: het is slavenarbeid. Daarop werd de man vanuit de bevolking bedreigd. Veel inwoners van Noordwest Duitsland willen niets van de misstanden weten. Er zijn bewoners van Noord West Duitsland, die zelf ook een krakkemikkig kamertje verhuren aan trekarbeiders, en die zo ook aan het hele circus verdienen.
toekomst
Er staan verschillende acties op stapel om de activiteiten voort te zetten. Daarbij neemt men ook deel aan elkaars acties. Zo neemt ALSO deel aan de verschillende acties met de boeren en de vakbonden. De kritische boeren organiseren bijvoorbeeld jaarlijks een demonstratie tegen de agrarische grootindustrie en de schade voor het milieu die deze fabrieken veroorzaken.
Langzaam krijgt het samenwerkingsverband van verzet tegen de slechte arbeidsomstandigheden in de slachterijen grip op de situatie. Contacten worden geïntensiveerd, en er staan nieuwe plannen op stapel, onder andere in de bouw, waar in Duitsland vergelijkbare toestanden heersen. Roemenen en Bulgaren werken illegaal bijvoorbeeld aan de bouw van een school in Oldenburg. Er zijn ook contacten met de Conféderation Paysanne in Frankrijk. De grote bedrijven proberen de regeringen van verschillende landen tegen elkaar uit te spelen door aparte vestigingsvoorwaarden te eisen. In Frankrijk is een sanering van de slachtindustrie, omdat veel bedrijven uit Frankrijk en andere landen verhuizen naar Noordwest Duitsland vanwege de gunstige uitbuitingsmogelijkheden. Het nieuwe samenwerkingsverband geeft ook een impuls aan de discussie over de samenhang tussen sociale problemen en de ecologische kwestie.
noten:
(1) http://www.zeit.de/wirtschaft/2014-12/schlachthof-fleischindustrie-arbeiter-osteuropa-ausbeutung
(2) http://www.also-zentrum.de/
(3) Zie voor de geschiedenis van het bedrijf en de omzet en winstcijfers Wikipedia (http://nl.wikipedia.org/wiki/Vion_N.V.) De website van het bedrijf zelf is te vinden op http://www.vionfood.nl/
Piet van der Lende