Pagina's

dinsdag 25 maart 2014

Van plannen en improvisaties

In Amsterdam aan de Baarsjesweg 224 huist er in een kantoorpand naast diverse anderen een bedrijf genaamd 2DA. Dit bedrijf verzorgt voor de gemeente een digitaliseringsproject en gebruikt hier dwangarbeiders voor. De afdeling heet 'Scanstraat'. Opvallend was dat op het bord buiten waar alle bedrijven genoemd staan die in het gebouw huizen, de naam 2DA niet vermeld stond; schaamte?

2DA niet vermeld
De dwangarbeiders van de Scanstraat moeten onder andere bouwtekeningen inscannen en gebruiken hiervoor grote industriële scanapparaten. Dit zijn dus geen scanners zoals je die bijvoorbeeld thuis hebt met een klep en dergelijke. Deze scanners hebben geen klep en je kunt er best incidenteel zonder bescherming gebruik van maken, maar de dwangarbeiders moeten er de hele dag door mee werken; acht uur per dag en vier dagen per week.

Ze krijgen geen beschermende bril of iets anders en staan er de hele dag met hun blote gezicht boven straling te absorberen. In een Amerikaanse strip zou je dan superkrachten krijgen, maar dit is geen Amerikaanse strip. De straling beschadigt je ogen en waarschijnlijk meer dan dat.

Het Actiecomité heeft dan ook besloten er te gaan staan flyeren en de mensen te attenderen op onze spreekuren. Wij hebben informatie gekregen dat daar zo'n 18 mensen te werk gesteld zijn en dat die rond vier uur naar huis mogen. Wij stonden daar dus met zijn vieren om kwart voor vier klaar voor de start in de veronderstelling dat er dan een grote groep dwangarbeiders naar buiten zou komen lopen.

"Goedemiddag, werkt u in de Scanstraat?" vroegen wij. "Nee, wat is dat?" kregen wij keer op keer te horen. Actie mislukt? Nee, het Actiecomité is niet op zijn achterhoofd gevallen. "We staan er nu toch en we hebben de flyers mee, dus we gaan gewoon iedereen die langsloopt aanspreken."

"Goedemiddag, kent u iemand met een uitkering?" vroegen we dan. Deze vraag is beter dan "werkt u voor een uitkering?" of "heeft u een uitkering?" Veel mensen schamen zich immers en "kent u iemand met een uitkering?" is dan veiliger om met "ja" te beantwoorden.

Dit bleek een gouden vondst te zijn. Veel mensen antwoordden dan ook met een volmondig "Ja!" "Geeft u ze dan deze flyer, want binnenkort komen ze dik in de problemen en wij kunnen dan helpen op het spreekuur. We hebben ook een gratis advocaat." Veel mensen zeiden ook "Dwangarbeid? Ja, daar heb ik veel over gehoord. Goed dat jullie dit doen. Ik zal het doorgeven."

Andere voorbijgangers zeiden "Nee, ik ken niemand met een uitkering." "Nou, dat is heel bijzonder" antwoordden wij. Een mevrouw reageerde daarop met "goeie familie hè." Daar hebben wij niet van terug.

Niet als zodanig gepland, maar uiteindelijk was het toch een productieve en leerzame actie en zeker voor herhaling vatbaar.

maandag 24 maart 2014

Lezing historicus Wim Pelt over de werklozenbeweging tussen de beide wereldoorlogen

Donderdagavond 27 maart om 19.00 uur.
Ruimte Voedlink in Tetterode, Bilderdijkstraat 165-f
Tramlijnen 7,17,12,3



Samenvatting
Tussen de twee wereldoorlogen was de werkloosheid hoog. Van alle politieke groeperingen waren de communisten het meest succesvol in het organiseren van de werklozen tegen bezuinigingen op de uitkeringen en voor verbetering van hun bestaan. Door de positie van de communisten volgde de werklozenbeweging alle zwenkingen in de politiek van de Communistische Partij Holland (CPH). Dat ging van strijd tegen de "sociaal-fascistische"vakbondsbestuurders van het NVV, tot pogingen als werklozenvereniging deel uit te maken van diezelfde vakbeweging. Behalve bij de stempellokalen en in de arbeidersbuurten was de werklozenbeweging actief in de werkverschaffing. De strijd was hard en de sociaaleconomische verbeteringen waren gering, maar de politieke resultaten waren aanzienlijk. De Nederlandse werklozen bleken namelijk niet bevattelijk voor het nationaalsocialisme en de werkverschaffingsarbeiders legden de basis voor de Februari-staking van 1941.
Vragen die we zouden kunnen bediscussiëren zijn: Wat zou tegenwoordig een bruikbare strategie zijn? Hoe win je bondgenoten? Wat kunnen we leren van de manier waarop de vooroorlogse werklozenbeweging mensen probeerde te motiveren?

Wim Pelt

donderdag 20 februari 2014

Nieuwe clip van het Actiecomité Dwangarbeid Nee

20-02-2014. Nieuwe clip van het Actiecomité Dwangarbeid Nee
Universal Sinema presenteert:
Actiecomité Dwangarbeid Nee
Psychologie en gezondheid
Verdringing van betaalde arbeid
De kostendelersnorm
Politieke analyse
Organiseer je!



zondag 16 februari 2014

FNV en Comite Dwangarbeid Nee trekt samen op met buurtbewoners. Verkiezingsdebat waarin wensen van bewoners centraal moeten staan

Op 19 maart kunnen we weer een nieuwe gemeenteraad kiezen. Dat is een
belangrijk politiek moment, omdat grote bezuinigingen en beleidswijzigingen
op de gemeente af komen. Als FNV willen we over 3 belangrijke thema's in
discussie: over inkomen en huur, zorg en zelfstandig wonen en over echte
banen en vrijwilligerswerk. Wij vinden dat de politiek op deze thema's
sociale keuzes moet maken.  Dat heeft er de afgelopen periode aan
ontbroken: niet alleen in Den Haag maar ook in Amsterdam. Wij willen
hierover discussie en doen dat in de vorm van een verkiezingsdebat met
politieke partijen en willen u daarbij nadrukkelijk betrekken.

Discussie die gaat over een toekomst die zeer onzeker is. Kunt u nog
rekenen op een betaalbare woning? Werkt u nog en onder fatsoenlijke
voorwaarden? Bent u werkloos en wordt u respectvol behandeld? En is uw zorg
nog betaalbaar en menselijk indien u straks een beperking hebt door
bijvoorbeeld ouderdom?

U bent van harte welkom bij het verkiezingsdebat in Amsterdam Nieuw-west.

Maandagavond 24 februari
Om 20.00 uur in De Serre
Pieter Calandlaan 258A
U bent welkom vanaf 19.30 uur

Programma
Start debat om 20.00 uur
Debatleider: Rene Danen



PvdA                 Pieter Hilhorst, lijsttrekker
GroenLinks           Rutger Groot Wassink lijsttrekker
  SP                 Maureen van der Pligt nummer 2 van de lijst
CDA                  Christ'l Dullaert nummer 4 van de lijst
D'66                 Arielle Verheul, nummer 3 van de lijst
VVD                  Michel Tromp kieslijst Bestuurscommissie
Nieuw-west

Drie sprekers die ieder een thema aan de orde zullen stellen:

*Arnold Paalvast*   Actief in SAMEN STERK in Nieuw-west
*Michi Almer*       Actief in comité Dwangarbeid Nee
*Rob Marijnissen*   Actief in FNV Bondgenoten

*Deze avond organiseren we als FNV samen met bewonersorganisaties uit de
buurt:*

*SAMEN STERK in Nieuw-west**, Bewonersplatform Geuzenveld-Slotermeer,
Comité Dwangarbeid Nee.*

zaterdag 15 februari 2014

Discussieavond over werken voor je uitkering oftewel dwangarbeid. Film nu op internet! De film is gemaakt door Hikmet Ulger en Chris van Moorsel

Op 29 januari 2014 vond een discussiebijeenkomst plaats over werken met behoud van uitkering in het gebouw van de SBOW in Amsterdam west. De discussie was georganiseerd door het Actiecomite Dwangarbeid Nee, de Bijstandsbond en de Wereldse Wijk. Deelnemers aan de discussie waren Jeroen Sprenger, voorzitter van de stichting Herstelling, Gijs Vonk, hoogleraar aan de Universiteit van Groningen, en Ruud Kuin, vicevoorzitter van de FNV. Het werd een rumoerige avond. Vooral Jeroen Sprenger lag vanuit de zaal onder vuur vanwege de praktijken bij het tewerk stellen van werklozen in de projecten van Herstelling, een disciplineringsproject waarbij op verschillende locaties oa in het Amsterdamse Bos, aan de Laarderhoogtweg en op de Stelling van Amsterdam werklozen voor hun uitkering werken.

Op het internet is nu een uur durende film geplaatst waarin de discussie tijdens de avond is samengevat. http://www.youtube.com/watch?v=GVjXyhGCig0&feature=youtu.be




Over de projecten van de stichting Herstelling verscheen ook een zwartboek. http://www.bijstandsbond.org/activiteiten/persberichten/opsommingoktober2013/Aandachtspuntenvoor%20het%20zwartboekD.pdf

Piet van der Lende

Uit de oude doos 2. De denkstructuur van de staat en de gegoeden na de 16e eeuw en de oorsprong van het denken over verplichte arbeid voor armen.

Wie de literatuur bestudeerd over gemarginaliseerden in de samenleving stuit al gauw op een bepaalde denkstructuur van de gegoede burgers en de staat  die zich in de loop der eeuwen ontwikkeld heeft en die tot op de dag van vandaag overheersend is. Sommige elementen uit die denkstructuur stammen al uit de middeleeuwen, maar vooral na de 16e eeuw heeft die denkstructuur zich in fasen ontwikkeld. Ik maak bij dit overzicht gebruik van: W.H. Nagel. ‘Het werkschuwe tuig’ Landlopers en bedelaars in de geschiedenis. Samson kriminologische cahiers 2. 1977. Alphen aan den Rijn. Bij de denkstructuur van de gegoeden en de staat kunnen de volgende aspecten in ieder geval worden genoemd:

Het maken van onderscheid tussen gemarginaliseerden  die geholpen moeten worden en degenen die gestraft en/ of buitengesloten moeten worden. Dit aspect heeft weer 2 subaspecten:
a.       Het maken van een administratief onderscheid tussen  ‘legale’ gemarginaliseerden die over de juiste papieren beschikken en de ‘illegalen’ die niet over die papieren beschikken. Dit aspect komt natuurlijk tot uiting in het huidige vreemdelingenbeleid, maar blijkt al heel oud te zijn. Het oudst bekende boek over landlopers en bedelaars is het Liber Vagatorum, dat voor het eerst verscheen in 1509. (Van dit boek is in 1932 een Herdruk verschenen. ‘Liber Vagatorum’The book of Vagabonds and Beggars with a vocabulary of their language and preface by Martin Luter, first translated into English by J.C. Hotten and now edited anew by D.B. Thomas, Londen 1932. )
gravure met bedelaars
Het voorwoord van Luther verschijnt voor het eerst in de uitgave van 1528. Van het boek is overigens ook in 1613 een Nederlandse vertaling verschenen. Luther eindigt zijn voorwoord met de aanbeveling dat iedere stad of dorp zijn eigen armen op een lijst moet hebben en hen moet kennen en verzorgen, maar de zwervende paupers die geen goede licenties en paspoorten hebben moet weren. Dit principe komt niet alleen tot uiting in het huidige vreemdelingen beleid, maar wordt ook in wat afgezwakte vorm weerspiegeld in een van de basisprincipes van de bijstandswet: de wet wordt uitgevoerd door gemeenten en alleen wie kan aantonen inwoner van een gemeente te zijn, ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente, kan in die gemeente in principe in aanmerking komen voor bijstand. Daklozen, die niet kunnen aantonen hun hoofdverblijf in een bepaalde gemeente te hebben, behoren niet tot de lokale gemeenschap van gesedenteerden en komen in die gemeente niet in aanmerking voor bijstand. Men heeft dit probleem in de bijstandswet opgelost door een aanvullende maatregel. Er zijn 20 gemeenten in Nederland aangewezen die een dakloze ook een uitkering moeten verstrekken als de dakloze in feite niet in die gemeente slaapt. Maar dit is een uitzondering op de regel, dat de lokale gemeenschap niet hoeft te zorgen voor mensen, die niet tot die gemeenschap behoren.
b.      Een onderscheid tussen mensen, die het ‘echt’ nodig hebben en mensen die dat niet hebben. Dit is een ander onderscheid dan het bovenstaande, want op basis van dit onderscheid kunnen mensen die bij het bovenstaande onderscheid buiten de boot vallen, promoveren van vreemdelingen, die geen geldige licenties en paspoorten hebben naar gelegaliseerden. Degenen, die onder de definitie ‘heeft het niet echt nodig’ vallen worden zwaar gestraft. Hierbij is de introductie van het begrip ‘schuld’ belangrijk. Er zijn behoeftigen die buiten hun schuld niet kunnen werken en degenen, die dat wel kunnen. De laatste worden zwaar gestraft. In Engeland zijn die straffen vooral ingevoerd, in een tijd dat het feodalisme in ontbinding verkeerde. Maar reeds in 1349 was er in Engeland een vagrancy statute tegen werkloze zwervers. Niemand mocht die zwervers, op straffe van gevangenisstraf, wat geven. Vooral in de loop van de 16e eeuw worden deze wetten steeds strenger. In 1571 wordt de brandmerking van zwervers ingevoerd.

In de moderne tijd wordt enerzijds uitgegaan van  de oude zienswijze die in de 16e eeuw voor het eerst naar voren kwam, waarbij gemarginaliseerden werden gezien als mensen met een gebrek, lijntrekkers, profiteurs.  Anderzijds heeft zich bij de opbouw van de verzorgingsstaat een betoog ontwikkeld, waarbij werkloosheid, armoede, werd gezien als een door maatschappelijke en economische ontwikkelingen ontstaan collectief risico, dat je dus ook collectief moet oplossen door het invoeren van verzekeringen. Deze twee standpunten werden verwerkt in het stelsel van sociale zekerheid. Er werd een onderscheid gemaakt tussen de bonafide werklozen en de lijntrekkers en profiteurs. Alle nationale verzorgingsstaten zijn georganiseerd volgens een twee sporen model: naast sociale verzekeringen op grond van arbeidsverleden staat een bijstandstraject op minimaal niveau. De mensen op dit traject worden meestal onderworpen aan een veel harder regime van controle en discipline. Zij moeten niet alleen ondersteund, maar ook gedisciplineerd en gemoraliseerd worden.

Belangrijk bij de definiering van verdachte personen, vagebonden, zwervers, bedelaars, daklozen, of anderen die als marginaal worden beschouwd is, of je –als je door een gesedenteerde gemeenschap ter verantwoording geroepen wordt- je kunt aantonen waar je de afgelopen tijd van hebt geleefd, hoe je inkomen hebt gegenereerd, dan wel aan voedsel bent gekomen. Mensen die dat niet kunnen of willen aantonen zijn niet alleen verdacht, ze moeten worden gestraft, verbannen, of opgesloten worden. Maar ze hebben in principe geen rechten die de andere burgers van de gemeenschap wel hebben. Dit principe komt ook in de huidige bijstandswet tot uiting, of althans in het beleid dat gemeenten op basis van die wet voeren.

Het criminaliseren van gemarginaliseerden. De zogenaamde vagrancy laws in Engeland in de loop van de 16e eeuw zijn een verschuiving in de definitie van zwervers, vagebonden en andere gemarginaliseerden. In de middeleeuwen waren de maatregelen erop gericht, dat de feodale landheren over voldoende werkvolk beschikten, zwervers mochten zich niet aan dat werk onttrekken, maar voor de rest vormden de zwervers en daklozen vooral een ergernis. In de 16e eeuw kwam in de wetgeving de notie op, dat straffen ook gerechtvaardigd zijn omdat ze nog crimineel zijn ook.

Op de achtergrond speelt het uitgangspunt, dat niet teveel mensen zich mogen onttrekken aan arbeid voor de machtigen en rijken. Er moet een beleid worden ontwikkeld om dat tegen te gaan. Zoals ik al zei, bestond dit principe in de middeleeuwen al. De feodale landheren moesten voldoende werkvolk hebben. In de 16e eeuw is ook het doel dat de strafbedreigingen de landheren van goedkoop werkvolk verzekeren. Maar in die eeuw is nieuw, dat het principe van de straf voor ‘degenen die het niet echt nodig hebben’ verschuift van straffen zonder meer (brandmerken, handen afhakken, etc.) naar de al genoemde criminalisering en straffen verbonden met de invoering van dwangarbeid.
De eerste man, die in Nederland deze draai maakte is Coornhert, die in 1587 een boek schreef dat een mijlpaal en een omslag is in het denken over hoe om te gaan met armen. D.V. Coornhert. Boeventucht (ofte Middelen tot mindering der schadelyke ledighghanghers)

Eerste druk: 1587 in Amsterdam.  Motto: Exodus 22. Opnieuw uitgegeven, vertaald en van commentaar voorzien door Arie-Jan Gelderblom, Marijke Meijer Drees en een werkgroep van Utrechtse Neerlandici in het jaar 1985.

In een volgend artikel zal ik ingaan op de ideen van Coornhert, die in de 16e eeuw nieuw waren. Op deze pagina kunt u meer vinden over Coornhert.

Piet van der Lende

donderdag 13 februari 2014

Lid Actiecomité Dwangarbeid nee geïntimideerd door werkmeester Stichting Herstelling


Het Actiecomité Dwangarbeid nee voert regelmatig actie bij de toegangspoort van het gebouwencomplex van de stichting Herstelling aan de Laarderhoogtweg. De leden van het Comité voeren gesprekken met dwangarbeiders die naar buiten komen, delen pamfletten uit en informeren de mensen over hun rechten.
In de loop van januari nam een lid van het Actiecomité, die zelf bij de formulierenbrigade aan de Laarderhoogtweg gewerkt had,  deel aan deze activiteiten. Hij zag daarbij een werkmeester, die vroeger werkmeester was geweest bij de Formulierenbrigade, die inmiddels is opgeheven omdat de leden van de brigade te kritisch werden. De werkmeester herkende het lid van het Actiecomité maar hij legde geen contact, fietste bij verschillende gelegenheden langs hem heen en negeerde het lid van het Actiecomité.
Inmiddels had het lid van het Actiecomité, laten we hem X noemen, een nieuwe klantmanager, die niet verbonden is aan de stichting Herstelling. Op 4 februari had hij een gesprek met die nieuwe klantmanager, waarbij deze tot zijn verbazing een email van de hiervoor genoemde werkmeester overhandigde die deze aan de nieuwe klantmanager gestuurd had.  Ook zei de klantmanager, dat het lid van het Actiecomité een traject moest gaan volgen. Het traject heet introductieprogramma PAP (Participatieplaats) hoewel hij al diverse van dergelijke trajecten zonder succes doorlopen heeft. Wel doet hij zelf pogingen aan het werk te komen, o.a. door een tijdje te werken via een uitzendbureau. De nieuwe klantmanager vroeg om een reactie op de email. Toen X de email las was hij verbijsterd.
Het bleek, dat de werkmeester gebruik had gemaakt van zijn toegang tot het computersysteem van de Dienst Werk en inkomen om te kijken of X nog een bijstandsuitkering had en het digitale dossier van X op te zoeken. Daarop had hij de naam en het emailadres van de nieuwe klantmanager genoteerd en deze de email gestuurd.
In de overigens zeer slim in elkaar gezette email wordt een zeer negatief beeld geschetst van X.  Hij constateerde dat X als lid van het Actiecomité Dwangarbeid nee pamfletten uitdeelde en vragen stelde aan de deelnemers van de verschillende trajecten. Citaat uit de email: ‘X doet dit niet voor de eerste keer en vertoont in dit opzicht een bijkans obsessieve vasthoudendheid gecombineerd met –naar mijn mening- een helaas eenzijdige en onnodig negatieve houding t.o.v. de huidige reintegratiemethodieken’. X wordt dus op zijn politieke opvattingen aangevallen, die hij uitdraagt door gebruik te maken van zijn burgerrechten. De werkmeester verder: ‘maar eerdergenoemde gevoelsbeleving in combinatie met zijn uitstraling geeft enerzijds ter plaatse voeding aan collegiale irritaties en anderzijds ronduit verbazing en onbegrip bij sommige aangesproken deelnemers’. Daar wil de werkmeester wat aan doen! Dus verzoekt hij de nieuwe klantmanager X maar eens op een traject te plaatsen. Hoe slim de email van de werkmeester, die verder geen bal meer met X te maken heeft ook in elkaar zit, het is in feite een verzoek om X te straffen voor zijn politieke mening die hij uitdraagt door gebruik te maken van zijn burgerrechten.
Weer een inkijkje in de denktrant van sommige personeelsleden op de Laarderhoogtweg en hun intimiderend gedrag dat zij verkopen als ‘reintegratiemethodiek’. X heeft een klacht ingediend bij de directeur van de Dienst Werk en Inkomen.